Hij heeft zijn schrijverspen niet meer opgepakt. Geen schrijven over bloemen, het voorjaar of eindelijk de zomer. Hij is somber en de zomer is somber met hem. Het was niet onverwacht, het was niet onwaarschijnlijk. Maar ze dachten, we hebben nog de hele zomer. Hij had de tuin opgeruimd, zodat je beter in de tuin kon lopen, maar jouw ogen stonden moe in de tuin, jouw lichaam was ouder geworden, je kon niet goed meer lopen, jouw ogen waren blind, maar je had geleerd om op de tast te lopen. Hij gaf je iedere dag te eten, soms at je uit zijn hand omdat het dichterbij was. Hij knipperde met zijn ogen, en ondanks dat je niet kon zien knipperde je met jouw ogen terug. Of je beet in zijn hand, om te laten merken dat je er nog was, en dat hij verder moest gaan met aaien. Je was tevreden, maar je werd ouder en het eten ging moeilijker. Een hoogbejaarde heeft steeds minder natuurlijke trek in eten. Je zwabberde op jouw benen, jouw nieren waren op. Kunstmatig vocht toedienen bleek alleen de eerste keren te werken. Ze hadden het al lang geleden besloten, je niet onnodig te laten lijden, voor in het geval dat. En dat moment kwam 31 mei 2009. Ze moesten je laten inslapen. Hij heeft zijn schrijverspen niet meer opgepakt, voor hem begon het proces wat zo menselijk rouwen wordt genoemd, maar wat voor hem in werkelijkheid een diep lijden betekende, verdriet om het heengaan, verdriet om de dood, verdriet om de eenzaamheid, verwarring door de enorme verandering, het niet meer kunnen praten met, een levenskameraad verloren. De troostbare herinneringen paraat, maar toch zoveel schrijnend verdriet om het nooit meer kunnen knuffelen met wat voor hem, de meest betrouwbare kameraad uit zijn leven was, altijd om zijn genegenheid en knuffel verlegen. Morgen een laatste eer bewijzen, de as begraven, misschien weer tranen, en wierook, dat ook. Hij heeft zijn schrijverspen niet meer opgepakt, maar hij moest dit toch nog schrijven.
M.V. © juni 2009, mobar
dinsdag 25 oktober 2011
zaterdag 13 november 2010
vrijdag 18 december 2009
Gedichten als herinnering
Ach Manneke, je was geen monster
Ik noemde je maar zo
Omdat ik mij verloren voelde in de liefde
Als je een hamster was geweest
Had ik hetzelfde voor je gedaan.
Ach Manneke, je was geen alleseter
Je at soms alleen maar brokjes
En vond je baasje een betweter
Maar ik herinner je mij graag
Met wat voedsel in de maag.
Ach manneke, je was geen panter
Je liep vaak wat wankel
En ik geloofde jouw wandelgangen
Als de voorste vrouw van Missippie
Nu maar op de proppen komt
Met een kikkererwt
Komt alles in orde,
ik geloof niet meer in een kattenhemel
je bent misschien alleen nog maar as
en vele mooie herinneringen
aan de vriendschap
die er tussen ons was.
Ik noemde je maar zo
Omdat ik mij verloren voelde in de liefde
Als je een hamster was geweest
Had ik hetzelfde voor je gedaan.
Ach Manneke, je was geen alleseter
Je at soms alleen maar brokjes
En vond je baasje een betweter
Maar ik herinner je mij graag
Met wat voedsel in de maag.
Ach manneke, je was geen panter
Je liep vaak wat wankel
En ik geloofde jouw wandelgangen
Als de voorste vrouw van Missippie
Nu maar op de proppen komt
Met een kikkererwt
Komt alles in orde,
ik geloof niet meer in een kattenhemel
je bent misschien alleen nog maar as
en vele mooie herinneringen
aan de vriendschap
die er tussen ons was.
maandag 2 november 2009
Abonneren op:
Berichten (Atom)





